Suppletie Galgeplaat

Sinds de voltooiing van de stormvloedkering eroderen de zand- en slikplaten in het intergetijdengebied van de Oosterschelde (t.g.v. de zogenaamde ‘zandhonger’).  Het natuurlijk evenwicht tussen erosie en sedimentatie is verstoord. Het gevolg is dat de geulen ‘zandhonger’ gekregen hebben en dat de slikken en platen eroderen. De slikken en platen zijn een belangrijk leefgebied voor wadvogels, schelpdieren, vissen en zeehonden. Maar ook de veiligheid  komt door deze ontwikkeling onder druk te staan. De verwachting is dat zonder maatregelen in 2050 de helft van deze slikken en platen in de Oosterschelde zullen zijn verdwenen.  Dit is voor de instandhouding van het habitat een negatieve ontwikkeling, bovendien neemt de golfintensiteit in het gebied toe, wat de erosie doet versnellen.

Op de korte en middellange termijn wordt gezocht naar mitigerende maatregelen om de erosie van de slikken en platen in de Oosterschelde tegen te gaan. Potentiële oplossingen die onderzocht worden zijn suppleties met zand en (plaatrand)stabilisaties met bijvoorbeeld Oesterriffen. Dit experiment betrof een suppletie van 150.000m3 op de Galgeplaat, de uitdaging was de aanleg en vorm van suppleren te optimaliseren, rekening houdend met verschillende belangen waaronder die van ecologisch herstel en het niet negatief beïnvloeden van omliggende mosselpercelen. Door het aanbrengen van een laag van gemiddeld 65 cm zand (maximum een meter) over een oppervlak van 20 hectare op de Galgeplaat, wordt ervaring opgedaan met een mogelijk kansrijke methode om het verlies aan waardevolle slikken en platen tegen te gaan. De ontwikkelingen op en rond deze zandaanvulling worden nauwlettend gevolgd, onder meer met behulp van real time monitoring door middel van videocamera’s. Dat biedt de mogelijkheid om zowel de kennis van effecten van het experiment alsook de kennis van het systeem te vergroten.