Multifunctionele Waterkeringen

Onderzoek:

Het Corporate Innovatieprogramma van Rijkswaterstaat levert een bijdrage aan de waterveiligheid van Nederland. Waterveiligheid is een continue opgave waaraan Nederland werkt. Eén van de aandachtsgebieden hierin betreft de verbetering/versterking van waterkeringen, vooral dijken, in samenhang met andere gebiedsopgaven. Kansen om meer te doen met andere ruimtelijke opgaven worden maar moeizaam benut. Integraliteit in dijkversterking blijkt een lastige opgave doordat processen niet eenvoudig zijn te combineren en besluitvorming in de publieke (nationaal versus lokaal) en publieke-private omgeving opgehangen lijken  aan te sturende (juridische) kaders, complexe organisatievormen (programma”s, projecten) en een risicomijdende houding.

De doelstelling van het  onderzoek is om Rijkswaterstaat en  de waterschappen meer inzicht te geven in mogelijkheden en aanpakken van een ruimtelijke benadering van de dijkversterkings-/waterveiligheidsopgave. De inzichten richten zich op verschillende relevante invalshoeken: bestuurlijk-beleidsmatig, juridisch, ruimtelijk, financieel, organisatorisch en technisch. In het onderzoek is de verbinding naar de praktijk gelegd door theorie te toetsen aan een praktijksituatie

 

Casuïstiek: pilot benedenrivierengebied

De casestudie beoogt inzicht te geven in de kansen en belemmeringen van arrangementen voor flexibel gebruik van de waterkering. Daarbij moet inzichtelijk worden welke ruimtelijke opgaven kunnen samenhangen met dijkversterkingsopgaven, hoe je deze opgaven kan verenigen en wie daarvoor wat moet doen. Daarbij staat een plek in het beneden-rivierengebied centraal. Hier doen zich kenmerkende opgaven voor: veel dijkversterkingen in een omgeving waar veel functies vanuit de historie met elkaar zijn verknoopt op of langs waterkeringen. Eén van de kenmerken is de lintbebouwing op en langs de dijk.

Het Waterschap heeft al inzicht verkregen dat er mogelijk ook maatregelen te nemen zijn waarmee dijkversterking in de toekomst  minder complex worden. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan woningen die opvijzelbaar zijn, of gemakkelijk (verticaal en horizontaal) verplaatst kunnen worden. Belangrijke vraag hierbij is of dit technisch, juridisch en organisatorisch mogelijk is. De opzet en uitwerking van de casestudy benedenrivierengebied geeft   inzicht in drie verschillende scenario”s:

1)      Een actuele waterveiligheidsopgave waarbij synchronisatie met ruimtelijke opgaven verkend worden. Hierbij wordt tevens bekeken in welke mate de dijk kan anticiperen op evt. toekomstige ruimtelijke opgaven.

2)      Een waterveiligheidsopgave op de middellange termijn (12-24 jaar) waarbij tijdelijk gebruik in de periode tot aanleg en synchronisatie met ruimtelijke opgave verkend wordt.

3)      Een waterveiligheidsopgave op de lange termijn (>24jr) waarbij ruimtelijke ontwikkelingen op en rond de dijk anticiperen op een toekomstige waterveiligheidsopgave.

Aan de hand van de lagenbenadering worden koppelingsmogelijkheden in beeld gebracht en worden aanbevelingen gedaan om de “windows of opportunity” te vergroten.