Experimenteerruimte

Er is ruimte nodig -fysiek, bestuurlijk, procesmatig en financieel – alsmede tijd waarbinnen met nieuwe oplossingen en toepassingen kan worden geëxperimenteerd. Experimenteerruimte  is belangrijk om innovatieve ontwikkelingen te testen. Om innovatie te stimuleren is een beschermde omgeving nodig waarin experimenten uitgevoerd kunnen worden zonder de druk dat het direct positieve resultaten moet opleveren of dat bestaande, formele beleidsdoelen en beheertaken door de beoogde innovaties moeten worden ondersteund. De experimenteerruimte creëert een omgeving waar regelgeving of imagoschade bij falen geen invloed op hebben.

Het biedt mogelijkheden om te leren van ervaringen, ervaringen delen met anderen en ruimte om verwachtingen met betrekking tot de nieuwe toepassingen bijtijds bij te stellen. Daarnaast stimuleert meer experimenteerruimte creativiteit zodat een grotere diversiteit aan plannen en ideeën ontstaat waaruit kan worden gekozen.

Lessen

  1. Zoek zo concreet mogelijk waar en hoe de relevante experimenteerruimte gevonden kan worden.
  2. Doe een praktische assessment (verkennen) naar waar de experimenteerruimte gevonden kan worden
  3. Monitor de praktische experimenteerruimte  voortdurend tijdens de ontwikkeling van een innovatie-initiatief (Project, Pilot).

Tips

Hoe zoek je concreet experimenteerruimte?

Het kan productief zijn de wereld op te vatten als bestaande uit drie stromen: problemen, oplossingen en politiek/bestuurlijke steun.  Gericht kiezen  voor de rol van policy entrepreneurs biedt kans op succes. Policy entrepreneurs zijn handige lieden die de drie stromen met elkaar in verband brengen. Nodig is dan besef van welke problemen/issues urgent en prioritair zijn en vervolgens de beoogde innovatie daaraan koppelen als oplossing. Voor productinnovaties zal dit snel succes kunnen hebben.

Voor conceptuele innovaties, die verder af staan van marktintroductie, en vooralsnog geen zicht op revenuen met een korte terugverdientijd, zal dit vaak onvoldoende momentum opleveren. Steun vanuit politiek bestuurlijke hoek of de top van het bedrijfsleven is onvermijdelijk, visionairs die, om wat voor reden ook, pleitbezorger zijn, ‘champion’, met hen valt ruimte te creëren en belemmeringen te overwinnen.  Met een langere adem kan dan ook de conceptuele innovatie als veelbelovende familie van oplossingen aan issues/problemen gekoppeld worden.

Voor productgerichte innovaties die dichter bij de markt plaatsvinden, ligt de belemmering bij het vinden van experimenteerruimte vaak in de conservatieve benadering van design en construct teams, eerder in de projectvoorbereiding moet de vernieuwing aangeschakeld zijn om voldoende ruimte te creëren. Een productinnovatie vraagt om een terms of reference die voldoende ruimte voor vernieuwing laat.

Hoe creëer je diversiteit in experimenteerruimte: het spelen op meerdere borden?

Bij experimenteerruimte wordt vaak gedacht aan een fysiek experiment (in een bepaald gebied of een bepaalde situatie). Echter evenzeer is bestuurlijke ruimte tot verandering (veranderen vergt meer dan consolideren), procesmatige ruimte (planning en gedrag moeten van het geijkte pad dat ieder kent en routineus bewandelt, gehaald worden) en financiële ruimte (de investering gaat voor de onzekere baat uit) van belang.   Besef dat experimenteerruimte daarnaast, en net zo belangrijk, ook gevonden kan worden in:

  • bestaande praktijk van planning, wet en regelgeving en normering;
  • vernieuwende financieel-organisatorische arrangementen In competentie-ontwikkeling en opleiding, human capital voor (kennis) overschrijdende vraagstukken.

Hoe fundamenteler de vernieuwing, hoe meer deze mede gedragen zal moeten worden door het vinden van experimenteerruimte in elk van de andere experimenteerruimtes.

Het resultaat van de voor conceptuele innovatie noodzakelijke lange adem is gediend met een strategie gebaseerd op een diversiteit van experimenteren.

Hoe creëer je zo praktisch mogelijk experimenteerruimte?

Betrek de beoogde gebruikers van de innovatie bij de ‘conceptie’, ontwikkeling en totstandkoming van de innovatie. Gezamenlijk eigenaarschap van ontwikkelaars en gebruikers vergemakkelijkt de doorwerking van de ontwikkelde innovatie.

Ateliers, workshops, leercafés zijn goede werkvormen voor conceptuele innovatie onder de voorwaarde dat de juiste partijen, disciplines en personen aan tafel komen.

Samenwerking in de driehoek overheden-kennisinstellingen-bedrijfsleven moet nadrukkelijk gearrangeerd en geprogrammeerd worden waar het onderzoeks- en innovatieprogramma’s betreft.

Real life experimenten overtuigen en zijn een bron van macht en status zowel voor de experimenterende partijen als voor de bestuurders en overige stakeholders die daar bij betrokken zijn. Bestuurders koesteren dikwijls een wantrouwen tegen modellen en modeluitkomsten.

Experimenteren is essentieel voor draagvlak. Er treedt geregeld een ‘me too’ effect op.

Hoe verken en monitor je de experimenteerruimte in een assessment?

Besef dat experimenteerruimte gecreëerd en steeds weer in stand gehouden moet worden en dat er geregeld weer redenen gevonden kunnen worden om toch weer ‘business as usual’ toe te passen.

Bestuurders hebben andere belangen dan ambtelijke professionals. Zij denken vaak in kortere termijnen, zorg dat het experiment zichtbaar is op “ooghoogte”(dat wil zeggen, voor de ‘gewone burgers’)  en tastbare resultaten oplevert in 2 jaar (lintje knippen, ook in figuurlijke zin zoals een presentatie of een artikel in de krant).

Besef dat professionals in kennisinstellingen, ingenieursbureaus, adviesbureaus etc. vaak een nog kortere tijdshorizon kennen, en daarbij vaak veel oog hebben voor zaken zoals omzet- en publicatieverplichtingen. Mogelijkheden om in te passen in de fysieke omgeving vind je door op zoek te gaan naar de gebiedsagenda’s. Welke issues spelen en welke problemen worden aangepakt of  zoeken naar een oplossing?

Nodig zijn bestuurlijke dekking, financiële middelen, tijd, creativiteit en kennis, en in het geval van productgerichte innovaties, een meewerkende open projectorganisatie en opdrachtgever.

Besef dat sommige partijen zullen denken in termen van risico, veiligheid, en schade en denken dat daar niets tegenover staat of dat de opbrengsten ergens anders terechtkomen dan de gevolgen van risico’s. De kosten en baten afwegingen inzake innovaties zijn tegelijkertijd belangrijk én lastig in beeld te brengen.